Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Google Translate:
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Bijzondere waarschuwingen De IV toediening van fenobarbital kan een ademhalingsdepressie veroorzaken, in het bijzonder als de bereiding te snel wordt toegediend. Fenobarbital mag niet sneller dan 60 mg/min toegediend worden en reanimatiemateriaal moet onmiddellijk beschikbaar zijn. Voorzichtigheid is geboden bij de toediening van barbituraten aan kinderen en geriatrische patiënten. Bij kinderen kunnen ze hyperactiviteit en prikkelbaarheid veroorzaken en bij bejaarde patiënten een toestand van paradoxale agitatie en verwardheid. In geval van absences en myoclonie is fenobarbital niet doeltreffend. Fenobarbital kan primaire afhankelijkheid veroorzaken, die al kan optreden vanaf een dagelijkse toediening gedurende enkele weken en niet alleen volgt uit een misbruik van bijzonder hoge doses, maar ook kan optreden bij de toediening van therapeutische doses. • Mogelijk levensbedreigende huidreacties, zoals het Stevens-Johnsonsyndroom (SJS) en toxische epidermale necrolyse (TEN) zijn gemeld tijdens het gebruik van PHENOBARBITAL SODIUM STEROP. • Patiënten moeten geïnformeerd worden over de tekenen en symptomen en moeten nauwkeurig worden gecontroleerd op huidreacties. Het hoogste risico op het optreden van SJS of TEN is gedurende de eerste weken van de behandeling. • De behandeling met PHENOBARBITAL SODIUM STEROP dient gestaakt te worden bij het optreden van symptomen of tekenen van SJS of TEN (zoals bijv. progressieve huiduitslag die vaak gepaard gaat met blaarvorming (bulleuze letsels) of letsels van de slijmvliezen). De meest gunstige resultaten bij de behandelen van SJS en TEN worden verkregen door een snelle diagnose en het onmiddellijk staken van alle verdachte geneesmiddelen. Een vroege beëindiging wordt geassocieerd met een betere prognose. • Indien de patiënt SJS of TEN heeft ontwikkeld na het gebruik van PHENOBARBITAL SODIUM STEROP, dient dit geneesmiddel onder geen enkele voorwaarde opnieuw te worden gebruikt. De intraveneuze toediening kan arteriële hypotensie, shock en apneu veroorzaken. Dit geneesmiddel bevat 706 mg propyleenglycol per ml.
Gelijktijdige toediening met een substraat van alcoholdehydrogenase, zoals ethanol, kan ernstige bijwerkingen teweegbrengen bij kinderen jonger dan 5 jaar. Hoewel niet is aangetoond dat propyleenglycol reproductietoxiciteit of ontwikkelingstoxiciteit bij dieren of mensen veroorzaakt, kan propyleenglycol de foetus bereiken en overgaan in de moedermelk. Dientengevolge moet toediening van propyleenglycol aan zwangere vrouwen of vrouwen die borstvoeding geven van geval tot geval worden beoordeeld. Het is noodzakelijk patiënten met een verminderde nier of leverfunctie medisch te controleren, omdat melding is gemaakt van diverse bijwerkingen die zijn toe te schrijven aan propyleenglycol, zoals verstoorde nierfunctie (acute tubulus necrose), acuut nierfalen en verstoorde leverfunctie. Dit geneesmiddel bevat 78 mg alcohol (ethanol) per ml. 1 ml van dit geneesmiddel komt overeen met 2 ml bier of 1 ml wijn. Het is onwaarschijnlijk dat de hoeveelheid alcohol in dit geneesmiddel invloed heeft op volwassenen en jongeren. Kinderen merken waarschijnlijk niets van de alcohol in dit geneesmiddel, maar jonge kinderen zouden misschien slaperig kunnen worden. De alcohol in dit geneesmiddel kan invloed hebben op hoe andere middelen werken. Als een dosis van 300 mg van dit geneesmiddel (met gebruik van de 40mg/1ml ampullen) wordt toegediend aan een kind van 4 jaar oud dat 15 kg weegt leidt dit tot een blootstelling van 38.8 mg/kg ethanol. Dit kan een stijging van de bloed alcohol concentratie (BAC) veroorzaken van ongeveer 6,5 mg/100 ml. Ter vergelijking: als een volwassene een glas wijn of 500 ml bier drinkt dan is de BAC waarschijnlijk 50 mg/ml. Gelijktijdig gebruik van medicijnen die bijvoorbeeld propyleenglycol of ethanol bevatten kan leiden tot accumulatie van ethanol en bijwerkingen veroorzaken, in het bijzonder bij jonge kinderen met lage of immature metabole capaciteit. Vrouwen in de vruchtbare leeftijd Fenobarbital kan schade aan de foetus veroorzaken wanneer het aan een zwangere vrouw wordt toegediend (zie rubriek 4.6). Prenatale blootstelling aan fenobarbital kan het risico op aangeboren misvormingen verhogen. De omvang van het risico voor de foetus is onbekend wanneer het gebruik van fenobarbital van korte duur is (noodsituaties). Langdurige prenatale blootstelling aan fenobarbital kan het risico op aangeboren misvormingen ongeveer twee- tot drievoudig doen toenemen (zie rubriek 4.6). Fenobarbital mag niet worden gebruikt bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd, tenzij er een klinische noodzaak bestaat en de vrouw, indien mogelijk, wordt geïnformeerd over het potentiële risico voor de foetus dat gepaard gaat met het gebruik van fenobarbital tijdens de zwangerschap. In noodsituaties moet het risico op schade aan de foetus worden beoordeeld in het licht van het risico op ongecontroleerde aanvallen voor zowel de foetus als de zwangere vrouw. Vrouwen in de vruchtbare leeftijd moeten zeer effectieve anticonceptie gebruiken tijdens de behandeling met fenobarbital en/of gedurende twee maanden na de behandeling indien zij fenobarbital in een noodsituatie hebben gekregen. Als gevolg van enzyminductie kan fenobarbital resulteren in het falen van het therapeutisch effect van hormonale anticonceptiemiddelen (zie rubrieken 4.5 en 4.6). Vrouwen in de vruchtbare leeftijd moeten worden geadviseerd om tijdens de behandeling met fenobarbital andere anticonceptiemethoden te gebruiken, bijvoorbeeld twee complementaire vormen van anticonceptie waaronder een barrièremethode, een oraal anticonceptiemiddel met hogere doses oestrogeen, of een niet-hormonaal intra-uterien apparaat (zie rubriek 4.5). Voorzorgen bij gebruik
4.1 Therapeutische indicaties • Behandeling van status epilepticus bij volwassenen en kinderen als de benzodiazepines en/of fenytoïne niet het verwachte effect geven. • Tijdelijke behandeling van epilepsie bij volwassenen en kinderen om de orale behandeling te vervangen als orale inname niet mogelijk is: - Gegeneraliseerde epilepsie: clonische, tonische, tonisch-clonische aanvallen. - Partiële epilepsie: partiële aanvallen met of zonder secundaire generalisatie. • Spoedbehandeling van een epileptische aanval via intraveneuze weg.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interacties Interactie met fenobarbital: Geneesmiddel of geneesmiddelgroep Belangrijkste interacties Coumarine-anticoagulantia Verminderde bloedverdunnende werking (enzyminductie). De dosis warfarine moet verhoogd worden (gemiddeld met 25%, maar tot 50% meer) naargelang de coagulatietesten. Omgekeerd kan het stopzetten van fenobarbital een bloeding veroorzaken. Orale contraceptiva (oestroprogestagenen) Verminderde contraceptieve werking en risico op een zwangerschap. De dagelijkse dosis ethinylestradiol moet verhoogd worden (tot 80 à 100 µg/dag) of een andere contraceptieve methode moet gebruikt worden. Corticosteroïden Verminderde werking van de corticosteroïden de doses ervan moeten verhoogd worden. Tricyclische antidepressiva De tricyclische antidepressiva verminderen de convulsieve drempelwaarde, terwijl fenobarbital de werking van de tricyclische antidepressiva kan verminderen, waardoor in het bijzonder de bloedspiegel verlaagd wordt. Geneesmiddelen die het centraal zenuwstelsel onderdrukken en alcohol Risico op toename van de onderdrukkende werking op het CZS (met de neuroleptica, MAO-remmers, …). HIV-antiproteasen: ritonavir, indinavir, saquinavir, nelfinavir Risico op vermindering van de werking van deze geneesmiddelen ten gevolge van de
enzyminducerende werking van fenobarbital. Calciumantagonisten De bloedspiegel van verapamil, felodipine en nimodipine wordt verlaagd door fenobarbital. Lamotrigine Eén geval van bloeddyscrasie gemeld. Paracetamol Risico op levertoxiciteit, te wijten aan de enzyminducerende werking van fenobarbital (vooral bij langdurig of overmatig gebruik van paracetamol) Mogelijke interacties: verminderde werking van volgende substanties: Valproïnezuur, alprenolol, chloramfenicol, clozapine, cyclosporine, digitoxine, doxycycline, griseofulvine, methadon, methotrexaat, metoprolol, metronidazol, paroxetine, propafenon, propranolol, kinidine, teniposide, theofylline. Patiënten die gelijktijdig met valproaat en fenobarbital worden behandeld, moeten gecontroleerd worden op tekenen van hyperammoniëmie. In de helft van de gemelde gevallen was hyperammoniëmie asymptomatisch en leidt het niet noodzakelijkerwijs tot klinische encefalopathie.
4.8 Bijwerkingen Mogelijke bijwerkingen van fenobarbital worden hieronder gepresenteerd en per orgaansysteem en naargelang hun frequentie ingedeeld. De frequenties worden als volgt bepaald: zeer vaak (≥ 1/10); vaak (≥ 1/100, < 1/10); soms (≥ 1/1 000, < 1/100); zelden (≥ 1/10 000, < 1/1000); zeer zelden (< 1/10 000); niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). Orgaansysteem Bijwerkingen Frequentie Bloed- en lymfestelselaandoeningen Bloed folaat verlaagd, anemie megaloblastair en lymfocytose. Leukocytose. Soms Agranulocytose en trombocytopenie. Zelden Endocriene aandoeningen Seksuele disfunctie (verminderd libido, erectiele disfunctie). Zeer vaak Voedings- en stofwisselingsstoornissen Vitamine-D-deficiëntie. Soms Rachitis en osteomalacie. Zelden
Zenuwstelselaandoeningen Sedatie en vermoeidheid (somnolentie, veranderd bewustzijn, bradyfrenie), duizeligheid, hoofdpijn, cognitieve aandoening, verwarde toestand, agitatie** Zeer vaak Hyperkinesie, ataxie, verminderd bewustzijn, nachtmerrie, zenuwachtigheid, psychische stoornis, hallucinatie, insomnia, angst, nystagmus, abnormaal denken, stemmingswisselingen, beoordelingsvermogen verminderd, geheugen vermindering en fijnemotoriekdisfunctie, fotofobie. Soms Hartaandoeningen Bradycardie, vasodilatatie, hypotensie*, syncope. Soms Cardiovasculaire insufficiëntie geassocieerd met een val van de bloeddruk die kan evolueren tot shock. Zelden Ademhalingsstelsel-, borstkas�en mediastinumaandoeningen Ademhalingsdepressie, apneu, laryngeale dyskinesie en bronchospasmen. Na IV injectie en in het bijzonder als de dosis te snel werd toegediend (zie rubriek 4.4). Soms Maagdarmstelselaandoeningen Misselijkheid, braken, diarree, constipatie, dyspepsie. Soms Lever- en galaandoeningen Leverfunctie afwijkend, hepatitis, lymfadenopathie. Soms Toxische hepatitis en geelzucht. Zelden Huid- en onderhuidaandoeningen Blaren (bullae) bij patiënten met overdosering van barbituraten, bindweefselaandoening. Zeer vaak Injectieplaatsreactie, gegeneraliseerde exfoliatieve dermatitis, overgevoeligheidsreacties zoals angiodermatitis en rash. Soms Ernstige bijwerkingen van de huid: exfoliatieve dermatitis, erythema multiforme, Stevens�Johnson-syndroom (SJS) en toxische epidermale necrolyse (TEN) (zie rubriek 4.4). Pemphigus. Zeer zelden Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen Dupuytren-contractuur, plantaire fasciale fibromatosis, ziekte van Peyronie, fibroom en artralgie. Vaak Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen Koorts en stemmingswisselingen te wijten aan menstruaties. Overgevoeligheid voor anticonvulsiva. Kruisgevoeligheidsreactie tussen fenobarbital, fenytoïne, primidone en carbamazepine. Soms Zelden Zelden *Hypotensie is gewoonlijk te wijten aan de toedieningssnelheid bij IV toediening (zie rubriek 4.4). **Bij kinderen en bejaarde patiënten kunnen vaak toestanden van paradoxale agitatie optreden.
4.3 Contra-indicaties Overgevoeligheid voor fenobarbital of voor barbituraten of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen. Porfyrie. Ernstige ademhalingsinsufficiëntie. Ernstige nier- en leverinsufficiëntie.
Vrouwen in de vruchtbare leeftijd Vrouwen in de vruchtbare leeftijd moeten zeer effectieve anticonceptie gebruiken tijdens de behandeling met fenobarbital en/of gedurende twee maanden na de behandeling indien zij fenobarbital in een noodsituatie hebben gekregen. Als gevolg van enzyminductie kan fenobarbital resulteren in het falen van het therapeutisch effect van hormonale anticonceptiemiddelen (zie rubrieken 4.5 en 4.6). Vrouwen in de vruchtbare leeftijd moeten worden geadviseerd om tijdens de behandeling met fenobarbital andere anticonceptiemethoden te gebruiken, bijvoorbeeld twee complementaire vormen van anticonceptie waaronder een barrièremethode, een oraal anticonceptiemiddel met hogere doses oestrogeen, of een niet-hormonaal intra-uterien apparaat (zie rubriek 4.5). Zwangerschap Fenobarbital passeert de placenta bij de mens. Uit onderzoek bij dieren (literatuurgegevens) blijkt reproductietoxiciteit bij knaagdieren (zie rubriek 5.3). Prenatale blootstelling aan fenobarbital kan het risico op aangeboren misvormingen verhogen. Fenobarbital in monotherapie wordt in verband gebracht met een verhoogd risico op belangrijke aangeboren misvormingen, waaronder gespleten lip en gehemelte en cardiovasculaire misvormingen. Er zijn ook andere misvormingen gemeld waarbij diverse lichaamssystemen betrokken zijn, waaronder gevallen van hypospadie, dysmorfe gelaatskenmerken, neuraalbuisdeffecten, craniofaciale dysmorfie (microcefalie) en digitale afwijkingen. De omvang van het risico voor de foetus is onbekend wanneer het gebruik van fenobarbital van korte duur is (noodsituaties). Langdurige prenatale blootstelling aan fenobarbital kan het risico op aangeboren misvormingen ongeveer twee- tot drievoudig verhogen (zie rubriek 4.6). Gegevens uit registeronderzoek wijzen op een verhoogd risico op zuigelingen die klein geboren worden voor de duur van de zwangerschap of met een verminderde lichaamslengte, vergeleken met lamotrigine in monotherapie. Neurologische ontwikkelingsstoornissen (vertragingen in de ontwikkeling als gevolg van stoornissen in de hersenontwikkeling) zijn gemeld bij kinderen die tijdens de zwangerschap aan fenobarbital zijn blootgesteld. Onderzoeken naar het risico op neurologische ontwikkelingsstoornissen blijven tegenstrijdig. Fenobarbital mag niet worden gebruikt tijdens de zwangerschap, tenzij er een klinische noodzaak is en de vrouw, indien mogelijk, wordt gewezen op het risico op mogelijke schade aan de foetus. Bij gebruik in het derde trimester van de zwangerschap kunnen bij de pasgeborene ontwenningsverschijnselen optreden, waaronder sedatie, hypotonie en zuigstoornissen. Fenobarbital (en/of fenytoïne) veroorzaakt een tekort aan foliumzuur dat aan de oorsprong kan liggen van neuraalbuisdefecten. Het is bijgevolg noodzakelijk om aan een zwangere vrouw die met fenobarbital behandeld wordt foliumzuur voor te schrijven aan een dosering 4 mg/dag (zie rubriek 4.8). Borstvoeding Fenobarbital moet met voorzichtigheid gegeven worden aan vrouwen die borstvoeding geven. Fenobarbital wordt in de moedermelk uitgescheiden en er kunnen mogelijk effecten optreden bij pasgeboren baby's/zuigelingen. Vrouwen die fenobarbital nemen gedurende de borstvoeding, vooral zij die met hoge doses behandeld worden, moeten geïnformeerd worden dat ze moeten nagaan of hun baby tekenen van sedatie vertoont. De fenobarbitalspiegel bij de baby moet ook gemonitoord worden om toxische concentraties te vermijden. Bijgevolg mag fenobarbital tijdens de borstvoeding enkel toegediend worden als de voordelen van de behandeling opwegen tegen een mogelijk risico voor de pasgeborene/zuigeling. Vruchtbaarheid Er zijn geen gegevens beschikbaar over de effecten van fenobarbital op de vruchtbaarheid.
4.2 Dosering en wijze van toediening Dosering De dosering zal individueel voor elke patiënt aangepast worden. De aanbevelingen zijn de volgende: Volwassenen: - Status epilepticus: 200 - 600 mg per dag. De maximale werking treedt pas 30 minuten na de toediening op. - Behandeling om de orale toediening te vervangen: 1 - 3 mg/kg lichaamsgewicht in twee toedieningen per dag. - Epileptische aanval: 100 - 200 mg via TRAGE IV toediening, te herhalen indien nodig tot een maximale dosis van 600 mg per 24 uur.
Pediatrische patiënten: - Status epilepticus: startdosis van 20 mg/kg, gevolgd door een dosis van 2,5 tot 5 mg/kg/dag (in 2 toedieningen). De maximale werking treedt pas 30 minuten na de toediening op. - Behandeling om de orale toediening te vervangen: 2,5 – 5 mg/kg lichaamsgewicht in 2 toedieningen per dag. - Epileptische aanval: 15 - 20 mg/kg lichaamsgewicht via IV toediening in 10 tot 15 minuten. Wijze van toediening Bestemd voor intramusculaire of, in uitzonderlijke gevallen, voor trage intraveneuze toediening. De injectiesnelheid bij intraveneuze toediening mag niet sneller dan 50 tot 60 mg per minuut toegediend worden om een ademhalingsdepressie te vermijden.
| CNK | 4423703 |
|---|---|
| Organisaties | Sterop group |
| Merken | Sterop |
| Breedte | 81 mm |
| Lengte | 139 mm |
| Diepte | 20 mm |
| Behoud | Koelkast (2°C - 8°C) |