Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Google Translate:
Terugbetaalbaar
Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.
Terugbetalingstarief
€ 2,00 (6% inclusief btw)
Verhoogde tegemoetkoming
€ 1,00 (6% inclusief btw)
Dit product moet worden goedgekeurd door de apotheker.
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt
Taloxa is een geneesmiddel tegen epileptische aanvallen
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Informatie voor patiënten: Patiënten moeten vóór het begin van de behandeling worden ingelicht dat het gebruik van felbamaat gepaard kan gaan met aplastische anemie en leverinsufficiëntie, welke fatale aandoeningen kunnen zijn. Bloeddyscrasie: Een aantal ernstige hematologische bijwerkingen, waaronder trombocytopenie, leukopenie, pancytopenie, anemie en aplastische anemie, werd gemeld in verband met het gebruik van felbamaat. De meest ernstige bijwerking is aplastische anemie. In 30 % van de gevallen was deze fataal. De incidentie wordt geraamd op één geval per 4000 behandelde patiënten, wat een aanzienlijke toename is (100 maal meer) t.o.v. het verwachte percentage (2 tot 5 per miljoen personen per jaar). Om deze reden mag felbamaat alleen gebruikt worden bij patiënten met het syndroom van Lennox-Gastaut, die niet reageren op een behandeling en voor wie geen alternatieve medische behandeling beschikbaar is. De gevallen van aplastische anemie werden 2 tot 12 maanden na het begin van de behandeling met felbamaat vastgesteld. De schade aan de beenmergcellen, die uiteindelijk verantwoordelijk wordt geacht voor aplasie, kan echter weken tot maanden vroeger optreden. Om deze reden blijven patiënten verschillende maanden na het stopzetten van de behandeling met felbamaat een risico lopen op het ontstaan van aplastische anemie. Het is niet bekend of het gevaar voor het ontstaan van aplastische anemie afhankelijk is van de duur van de blootstelling. Daarom kan niet worden verondersteld dat een patiënt die gedurende lange tijd behandeld werd met felbamaat zonder verschijnselen van hematologische abnormaliteiten, geen gevaar zou lopen. - Een volledige bloedceltelling moet vóór het begin van en tijdens de behandeling met felbamaat om de twee weken worden uitgevoerd. - Als de resultaten van de bloedceltelling wijzen op neutropenie (aantal neutrofielen < 1500 per mm3 ) en/of op trombocytopenie (aantal plaatjes < 150.000 per mm3 ), moet de behandeling met felbamaat gestaakt worden en moet de patiënt onderzocht worden op mogelijke aplastische anemie. - Een zorgvuldige controle van het klinische beeld zoals ecchymosen, petechiae, bloedingen of tekenen van infectie en/of anemie (vermoeidheid, zwakte, enz.) is noodzakelijk. Als dergelijke symptomen aanwezig zijn, moet onmiddellijk een volledige bloedceltelling worden uitgevoerd. Hepatotoxiciteit: Ernstige gevallen van acuut leverfalen (fataal in 30 % van de gevallen) werden gemeld bij patiënten behandeld met felbamaat. - Leverfunctietesten (ASAT, ALAT, bilirubine) moeten vóór het begin van de behandeling met felbamaat uitgevoerd worden. Patiënten met een abnormale leverfunctie mogen niet met felbamaat behandeld worden. - Tijdens de behandeling met felbamaat moeten om de twee weken leverfunctietesten uitgevoerd worden. Bij patiënten bij wie een klinisch significante abnormale leverfunctie ontstaat, moet de behandeling met felbamaat stopgezet worden. - Bij patiënten met klinische tekenen of symptomen zoals icterus, anorexia, misselijkheid, braken en abdominale pijn moet onmiddellijk de leverfunctie gecontroleerd worden. Dit middel bevat 1,05 g sorbitol (E 420) per 5 ml suspensie voor oraal gebruik. Sorbitol kan bij geneesmiddelen voor oraal gebruik invloed hebben op de biologische beschikbaarheid van gelijktijdig toegediende andere geneesmiddelen voor oraal gebruik. Sorbitol is een bron van fructose. Patiënten met erfelijke fructose-intolerantie mogen dit middel niet gebruiken. Sorbitol kan maag-darmklachten veroorzaken en een licht laxerende werking hebben. Felbamaat, suspensie voor oraal gebruik bevat methyl- en propylparahydroxybenzoaten, die allergische reacties kunnen veroorzaken (wellicht vertraagd). Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per 5 ml, dat wil zeggen dat het in wezen 'natrium-vrij' is. Dit middel bevat 10 mg natriumbenzoaat per 5 ml suspensie voor oraal gebruik. Patiënten moeten goed gehydrateerd zijn wanneer ze felbamaat gebruiken om de kans op kristalurie, hetgeen zeer zelden gemeld is, te verkleinen. Overgevoeligheid: - Felbamaat moet met voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met bewezen overgevoeligheidsreacties op andere carbamaten. - Ernstige overgevoeligheidsreacties, waaronder anafylactische shock, Stevens-Johnson�syndroom, bulleuze huiduitslag en epidermale necrolyse zijn gemeld met felbamaat en deden zich doorgaans 2 tot 3 weken na het starten van de behandeling voor. De symptomen omvatten huiduitslag, koorts, zwelling van de slijmvliezen en anafylaxie, leukopenie, trombocytopenie, verhoogde leverfunctietesten, artralgie, myalgie en faryngitis. In geval van overgevoeligheid voor felbamaat moet de behandeling onmiddellijk worden stopgezet en moet een passende symptomatische behandeling worden ingesteld. Stopzetten van felbamaat: Anti-epileptica, waaronder felbamaat, mogen doorgaans niet plotseling gestopt worden wegens de mogelijkheid van een verhoogde frequentie van de aanvallen. Als de ernst van de bijwerking(en) echter een onmiddellijke stopzetting vereist, moet dit onder nauwgezet medisch toezicht gebeuren. Patiënten bij wie felbamaat werd stopgezet wegens ernstige bijwerking(en) gerelateerd aan het geneesmiddel, mogen niet opnieuw behandeld worden. Toename van de frequentie van convulsies: Zoals het geval is met andere anti-epileptica, kunnen sommige patiënten ondervinden dat de frequentie van de convulsies toeneemt of er zich nieuwe typen aanvallen voordoen (zie rubriek 4.8). Deze verschijnselen kunnen het gevolg zijn van een overdosering, een daling van de plasmaconcentraties van een ander anti-epilepticum waarmee de patiënt tegelijkertijd behandeld wordt of een paradoxaal effect. Zelfmoordgedachten en -gedrag zijn gemeld bij patiënten die werden behandeld met anti-epileptica bij verscheidene indicaties. Een meta-analyse van gerandomiseerde, placebogecontroleerde onderzoeken met anti-epileptica heeft ook een klein verhoogd risico op zelfmoordgedachten en - gedrag aangetoond. Het mechanisme achter dit risico is niet bekend en de beschikbare gegevens sluiten de mogelijkheid van een verhoogd risico met felbamaat niet uit. Daarom dienen patiënten op tekenen van zelfmoordgedachten en -gedragingen te worden gecontroleerd en dient passende behandeling te worden overwogen. Patiënten (en verzorgers van patiënten) moet worden geadviseerd medische hulp te zoeken indien er zich tekenen van zelfmoordgedachten of -gedrag voordoen.
Felbamaat is niet geïndiceerd als eerstelijnsbehandeling bij epilepsie. Na zorgvuldig afwegen van de risico's en de voordelen met betrekking tot bloeddyscrasie, meer in het bijzonder aplastische anemie en ernstige levertoxiciteit, wordt felbamaat aanbevolen voor toepassing bij de volgende indicatie. Het mogelijke risico als gevolg van het gebruik van felbamaat moet afgewogen worden tegen de risico's als gevolg van afwezigheid van een alternatieve medische behandeling.
Na 2 tot 3 maanden behandeling moet een zorgvuldige beoordeling van de werkzaamheid van felbamaat uitgevoerd worden. Alleen bij patiënten bij wie in deze periode een belangrijke klinische verbetering van de aanvallen werd verkregen (d.w.z. een uitgesproken vermindering van de frequentie of van de ernst van de aanvallen) mag de behandeling met felbamaat worden voortgezet
Patiënten moeten vóór het begin van de behandeling op de hoogte gebracht worden van de mogelijke risico's in verband met het gebruik van felbamaat
Patiënten moeten ingelicht worden dat het gebruik van felbamaat gepaard kan gaan met aplastische anemie en leverfalen, die beide fatale aandoeningen kunnen zijn
Elke 5 ml Taloxa-SUSP, suspensie voor oraal gebruik bevat 600 mg felbamaat.
Hulpstoffen met bekend effect:
Elke 5 ml Taloxa-SUSP, suspensie voor oraal gebruik bevat 1,05g sorbitol (E420), 6,5 mg methylparahydroxybenzoaat (E218), 1 mg propylparahydroxybenzoaat (E216
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?
Gebruikt u naast Taloxa nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of gaat u dit misschien binnenkort doen? Vertel dat dan uw arts of apotheker.
Zorg ervoor dat uw arts het weet als u andere geneesmiddelen tegen epileptische aanvallen gebruikt, zodat de dosering voor u kan worden aangepast.
Taloxa kan de werkzaamheid van orale voorbehoedsmiddelen ('de pil') beïnvloeden. Neem contact op met uw arts als u orale voorbehoedsmiddelen inneemt.
Als u Taloxa met andere geneesmiddelen tegen epileptische aanvallen inneemt, kan het zijn dat u meer bijwerkingen krijgt. Neem contact op met uw arts als u last krijgt van een bijwerking.
4.8 Bijwerkingen Felbamaat is in verband gebracht met een toename van de gevallen met bloeddyscrasie (zie rubriek 4.4), waaronder aplastische anemie. Andere ernstige hematologische bijwerkingen zijn zeldzame gevallen van trombocytopenie, leukopenie, neutropenie, anemie of combinaties ervan, inclusief pancytopenie. Sommige van deze bijwerkingen traden op als onderdeel van een acute overgevoeligheidsreactie (zie rubriek 4.4). Sommige gevallen van ernstige hepatitis, waaronder acuut leverfalen, resulterend in de dood, werden gemeld met felbamaat (zie rubriek 4.4). Bijwerkingen die gemeld werden bij volwassen patiënten behandeld met felbamaat als adjuvante therapie tijdens klinische studies en die beschouwd worden als aan de behandeling gerelateerde bijwerkingen, worden weergegeven in onderstaande tabel, volgens systeem/orgaanklassen en frequentie. Tabel 2. Bijwerkingen gerelateerd aan de behandeling Zeer vaak (≥1/10); Vaak (≥1/100 tot <1/10); Soms (≥1/1.000 tot <1/100); Zelden (≥1/10.000 tot <1/1.000); Zeer zelden (<1/10.000); Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald) (CIOMS III) Bloed- en lymfestelselaandoeningen Zelden: Trombocytopenie, leukopenie, neutropenie, anemie of combinaties ervan, waaronder pancytopenie, bloeddyscrasie (zie rubriek 4.4), inclusief aplastische anemie Immuunsysteemaandoeningen Zelden: Anafylactische shock (zie rubriek 4.4) Voedings- en stofwisselingsstoornissen Vaak: Soms: Gewichtsverlies, anorexia Hypofosfatemie Psychische stoornissen Soms: Spraakstoornis, depressie, stupor, angst Zenuwstelselaandoeningen Vaak: Zelden: Slapeloosheid, slaperigheid, ataxie, duizeligheid, hoofdpijn Toename van de frequentie van de aanvallen (zie rubriek 4.4) Oogaandoeningen Vaak: Diplopie, afwijkend gezichtsvermogen Maagdarmstelselaandoeningen Vaak: Zeer zelden: Misselijkheid, braken, dyspepsie, abdominale pijn, diarree Obstipatie Lever- en galaandoeningen Zeer zelden: Ernstige hepatitis, acuut leverfalen (soms fataal) (zie rubriek 4.4) Huid- en onderhuidaandoeningen Soms: Zelden: Rash Overgevoeligheidsreacties (waaronder Stevens-Johnson�syndroom, bulleuze eruptie, toxische epidermale necrolyse) (zie rubriek 4.4) Nier- en urinewegaandoeningen Zeer zelden: Kristalurie Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen Soms: Vaak: Loopstoornis Vermoeidheid Pediatrische patiënten Kinderen vertoonden een vergelijkbaar bijwerkingenpatroon. Bovendien werden bovensteluchtweginfecties vaak waargenomen bij kinderen; een verband met de behandeling is echter niet waarschijnlijk.
Febamaat is gecontra-indiceerd bij patiënten met: - voorgeschiedenis van bloeddyscrasie of verstoorde leverfunctie; - overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor één van de in"Samenstelling" vermelde hulpstoffen.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding Vrouwen in de vruchtbare leeftijd Vrouwen in de vruchtbare leeftijd moeten gedurende de behandeling en tot 1 maand na het einde van de behandeling een effectief anticonceptivum gebruiken (zie rubriek 4.5). Zwangerschap De veiligheid van dit geneesmiddel tijdens de zwangerschap bij de mens is niet vastgesteld. Reproductiestudies bij ratten en konijnen hebben geen bewijs geleverd van schade aan de foetus door felbamaat. Echter, felbamaat passeert de placenta (zie rubriek 5.3). Aangezien reproductiestudies bij dieren niet altijd betrouwbare informatie geven in verband met de respons bij de mens en wegens het risico op beenmergsuppressie en hepatotoxiciteit bij de foetus, mag felbamaat niet gebruikt worden door vrouwen in de vruchtbare leeftijd die geen effectief anticonceptivum gebruiken en door zwangere vrouwen, tenzij absoluut noodzakelijk. Risico gerelateerd aan epilepsie en anti-epileptica in het algemeen: Aan vrouwen in de vruchtbare leeftijd moet deskundig advies worden gegeven. De noodzaak van behandeling met anti-epileptica moet worden heroverwogen wanneer een vrouw van plan is zwanger te worden. Bij vrouwen die worden behandeld voor epilepsie, moet plotselinge stopzetting van de behandeling met anti-epileptica worden vermeden, aangezien dit kan leiden tot doorbraakaanvallen die ernstige gevolgen kunnen hebben voor de vrouw en het ongeboren kind. Waar mogelijk heeft monotherapie met de minimale effectieve dosis de voorkeur, omdat therapie met meerdere anti-epileptica kan worden geassocieerd met een hoger risico op aangeboren afwijkingen dan monotherapie, afhankelijk van de keuze van de anti-epileptica. Borstvoeding Felbamaat wordt uitgescheiden in moedermelk. Vanwege een mogelijk door felbamaat veroorzaakt risico op hepatotoxiciteit en beenmergsuppressie bij kinderen die borstvoeding krijgen, mag felbamaat niet worden toegediend aan moeders die borstvoeding geven. Vruchtbaarheid Reproductiestudies bij ratten en konijnen hebben geen bewijs geleverd van een verminderde vruchtbaarheid door felbamaat.
Felbamaat mag alleen onder toezicht van een neuroloog of een kinderarts met ervaring in de behandeling van epilepsie worden gebruikt.
Dosering
LENNOX-GASTAUT-SYNDROOM
Dosering voor volwassenen en adolescenten vanaf 14 jaar:
Adjuvante behandeling naast andere anti-epileptica: Felbamaat, toegediend in combinatie met carbamazepine, fenytoïne, fenobarbital of valproïnezuur, kan de frequentie van de karakteristieke bijwerkingen doen toenemen . De begindosering van felbamaat is 600 mg tot 1200 mg/dag, verdeeld over 2 of 3 doses. Bij het begin van de felbamaat-therapie moet de dosis van gelijktijdig toegediend carbamazepine, fenytoïne, fenobarbital en/of valproïnezuur met 20 tot 30 % verminderd worden. Daarna kan de dosering van felbamaat met intervallen van ongeveer een week worden opgevoerd met 600 mg tot 1200 mg per dag tot maximaal 3600 mg per dag, verdeeld over 3 of 4 doses. Er moet worden overwogen de dosis van carbamazepine, fenytoïne, fenobarbital en valproïnezuur aan te passen wanneer de dosis van felbamaat wordt verhoogd. Interacties zijn echter dosisafhankelijk en verschillend van patiënt tot patiënt. Daarom moeten alle dosisaanpassingen van gelijktijdig toegediende anti-epileptica niet alleen gebaseerd zijn op steady-state plasmaconcentraties, maar ook op klinische observaties.
Pediatrische patiënten
Pediatrische dosering: kinderen van 4 tot 11 jaar en adolescenten van 12 tot 14 jaar:
Adjuvante behandeling naast andere anti-epileptica: Felbamaat, toegediend in combinatie met carbamazepine, fenytoïne, fenobarbital of valproïnezuur, kan de frequentie van de karakteristieke bijwerkingen doen toenemen . De begindosering van felbamaat is 7,5 mg/kg/dag tot 15 mg/kg/dag, verdeeld over 2 of 3 doses. Bij het begin van de felbamaat-therapie moet de dosis van gelijktijdig toegediend carbamazepine, fenytoïne, fenobarbital en/of valproïnezuur met 20 tot 30 % verminderd worden. De dosering van felbamaat kan met intervallen van ten minste een week worden opgevoerd met 7,5 mg/kg tot 15 mg/kg per dag tot maximaal 45 mg/kg/dag (niet meer dan 3600 mg/dag) verdeeld over 3 of 4 doses. Er moet worden overwogen de dosis van carbamazepine, fenytoïne, fenobarbital en valproïnezuur aan te passen wanneer de dosis van felbamaat wordt verhoogd. Interacties zijn echter dosisafhankelijk en verschillend van patiënt tot patiënt. Daarom moeten alle dosisaanpassingen van gelijktijdig toegediende anti-epileptica niet alleen gebaseerd zijn op steady-state plasmaconcentraties, maar ook op klinische observaties.
De dosering van Taloxa-SUSP, suspensie voor oraal gebruik dient in milliliters voorgeschreven te worden (zie de conversietabel hieronder die de milligram dosis toont in milliliters).
De doses vermeld in de tabel hieronder zijn uitsluitend van toepassing op patiënten van 4 jaar en ouder. Deze dagelijkse doseringen dienen verdeeld over de dag gegeven te worden.
Tabel 1 Totale dagelijkse doses in ml bij verschillende doseringsschema's en lichaamsgewicht. De dagelijkse dosis dient verdeeld over de dag in twee, drie of vier doses gegeven te worden (zie bovenstaande alinea).
Tabel 1
Totale dagelijkse dosis in ml die gedurende de dag toegediend moet worden
Lichaamsgewicht
7,5
15
22,5
30
37,5
45
in kg
mg/kg
mg/kg
mg/kg
mg/kg
mg/kg
mg/kg
12
0,8
1,5
2,3
3,0
3,8
4,5
14
0,9
1,8
2,6
3,5
4,4
5,3
16
1,0
2,0
3,0
4,0
5,0
6,0
18
1,1
2,3
3,4
4,5
5,6
6,8
20
1,3
2,5
3,8
5,0
6,3
7,5
22
1,4
2,8
4,1
5,5
6,9
8,3
24
1,5
3,0
4,5
6,0
7,5
9,0
26
1,6
3,3
4,9
6,5
8,1
9,8
28
1,8
3,5
5,3
7,0
8,8
10,5
30
1,9
3,8
5,6
7,5
9,4
11,3
32
2,0
4,0
6,0
8,0
10,0
12,0
34
2,1
4,3
6,4
8,5
10,6
12,8
36
2,3
4,5
6,8
9,0
11,3
13,5
38
2,4
4,8
7,1
9,5
11,9
14,3
40
2,5
5,0
7,5
10,0
12,5
15,0
Pediatrisch gebruik: De veiligheid en werkzaamheid van felbamaat bij kinderen jonger dan 4 jaar zijn niet vastgesteld.
Geriatrisch gebruik: Op basis van het beperkte aantal klinische gegevens bij patiënten ouder dan 65 jaar behandeld met felbamaat, zijn geen beperkingen noodzakelijk ten aanzien van ouderen. In het algemeen moet de aanpassing van de dosis bij oudere patiënten echter met voorzichtigheid toegepast worden.
Patiënten met nierfunctiestoornis
Dosering bij patiënten met nierinsufficiëntie: Bij patiënten met een creatinineklaring < 50 ml/min moet de initiële dosis van febamaat gehalveerd worden en daaropvolgende aanpassingen van de dosering moeten met voorzichtigheid toegepast worden.
Patiënten met leverfunctiestoornis
Dosering bij patiënten met leverinsufficiëntie: Felbamaat dient niet gebruikt te worden bij patiënten met leverinsufficiëntie (bestaande of in de anamnese) vanwege de kans op hepatotoxiciteit .
Voedsel heeft geen invloed op de snelheid en omvang van absorptie van felbamaat.
Wijze van toediening
De fles goed schudden voor het gebruik.
Een 5,0 ml doseerspuit voor orale toediening met CE-markering met maatverdeling van 0,1 ml wordt in de verpakking van Taloxa-SUSP meegeleverd. Het streepje van 0,1 ml is geschikt voor het afmeten van een dosis van 12 mg, het streepje van 0,5 ml voor 60 mg en het streepje van 5,0 ml voor 600 mg felbamaat.
| CNK | 1243948 |
|---|---|
| Breedte | 71 mm |
| Lengte | 165 mm |
| Diepte | 73 mm |
| Hoeveelheid verpakking | 1 |
| Actieve ingrediënten | felbamaat |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |