Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Google Translate:
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
Speciale waarschuwingen: Geen. Speciale voorzorgsmaatregelen voor veilig gebruik bij de doeldiersoorten: Handhaaf aseptische voorzorgsmaatregelen. Alleen gebruiken wanneer de oplossing helder en vrij van zichtbare deeltjes is en de verpakking onbeschadigd is. Bij intraveneuze infusie dient rekening te worden gehouden met een risico op trombose. Dit diergeneesmiddel bevat geen antimicrobieel conserveringsmiddel. Het is uitsluitend bedoeld voor eenmalig gebruik en alle ongebruikte inhoud dient verwijderd te worden. Om hypothermie te voorkomen dient de oplossing voorafgaand aan toediening van grote volumes of wanneer de toedieningssnelheid hoog is, te worden verwarmd tot ongeveer 37 °C. Het volume en de infusiesnelheid moeten worden aangepast aan de klinische toestand van elk dier. Dit diergeneesmiddel dient voorzichtig gebruikt te worden bij dieren met cardiale of renale klachten, omdat een overmaat aan natrium kan voorkomen. Opgemerkt dient te worden dat de uitscheiding van natrium mogelijk verminderd is post-operatief/trauma. Gebruik van deze oplossing vereist het controleren van de klinische en fysiologische toestand van het dier, met name in gevallen van: - ernstige nierfunctiestoornis, - hartfunctiestoornis, - natriumretentie met oedeem, - behandelingen met corticosteroïden en de derivaten ervan. Controleer serumkalium en serumcalcium bij behandelde dieren, met name kaliumspiegels in gevallen met risico op hyperkaliëmie, zoals tijdens chronisch nierfalen. Bij dieren met een leverfunctiestoornis, is het mogelijk dat het diergeneesmiddel zijn alkaliserende werking niet kan uitoefenen doordat het lactaatmetabolisme kan zijn veranderd. Niet intramusculair injecteren. Dracht en lactatie: De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet bewezen tijdens dracht en lactatie. Uitsluitend gebruiken overeenkomstig de baten-risicobeoordeling door de behandelende dierenarts. Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie: Met calcium geassocieerde interacties. In verband met het risico op stolling dient het diergeneesmiddel in geval van gelijktijdige bloedtransfusie, niet toegediend te worden met het bloed in dezelfde infusie set. Dit diergeneesmiddel bevat calcium. Voeg geen diergeneesmiddelen aan deze oplossing toe die aan calcium kunnen binden (cheleren).
Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie: Met calcium geassocieerde interacties. In verband met het risico op stolling dient het diergeneesmiddel in geval van gelijktijdige bloedtransfusie, niet toegediend te worden met het bloed in dezelfde infusie set. Dit diergeneesmiddel bevat calcium. Voeg geen diergeneesmiddelen aan deze oplossing toe die aan calcium kunnen binden (cheleren).
Niet gebruiken in gevallen van: - congestief hartfalen, - hyperkaliëmie, - hypercalciëmie, - metabole alkalose, - hyperhydratie, - ernstige metabole of melkzuuracidose, - leverinsufficiëntie, - ziekte van Addison, - hypernatriëmie
Dracht en lactatie: De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet bewezen tijdens dracht en lactatie. Uitsluitend gebruiken overeenkomstig de baten-risicobeoordeling door de behandelende dierenarts.
Intraveneus gebruik (infusie). Behandeling van dehydratie met inbegrip van patiënten met milde metabole acidose. De hoeveelheid toe te dienen vloeistof en elektrolyten dient te worden berekend door de bestaande tekorten op te tellen bij de voortdurende onderhoudsvereisten en eventuele aanhoudende vochtverliezen (bijv. door voortdurend braken, diarree enz.) geschat aan de hand van de voorgeschiedenis van het dier, klinisch onderzoek en laboratoriumbevindingen. Voor het berekenen van het bestaande vochttekort, dient de volgende vergelijking te worden gebruikt; Vochttekort (ml) = percentage dehydratie x lichaamsgewicht (kg) x 10 (bijv. voor een hond van 10 kg met 5% dehydratie zou het vochttekort 5 x 10 x 10 = 500 ml zijn).
Voor het berekenen van de voortdurende onderhoudsvereiste, dient de volgende vergelijking te worden gebruikt; Onderhoud per dag voor runderen, paarden, schapen, geiten, varkens, honden en katten (ml) = 50 ml x lichaamsgewicht (kg) per dag. Onderhoud voor konijnen (ml) = 75-100 ml x lichaamsgewicht (kg) per dag (bijv. voor een hond van 10 kg, is de dagelijkse onderhoudsvochtvereiste 10 x 50 = 500 ml). De toedieningssnelheid dient voor elk dier te worden aangepast. De doelstelling is het tekort te corrigeren gedurende 12 – 24 uur. Preventie van peri-operatieve hypovolemie Toedienen met een snelheid van 5 – 10 ml/kg/uur tijdens anesthesie. Behandeling van hypovolemische en hemorragische shock Runderen, paarden, schapen, geiten, varkens, honden, konijnen; tot maximaal 90 ml/kg/uur. Katten: tot maximaal 60 ml/kg/uur. Hoge infusiesnelheden dienen niet langer dan 1 uur te worden voortgezet.
| CNK | 4700712 |
|---|---|
| Organisaties | Ecuphar NV |
| Merken | Aqupharm |
| Breedte | 185 mm |
| Lengte | 388 mm |
| Diepte | 275 mm |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |