Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Google Translate:
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
Speciale voorzorgsmaatregelen voor veilig gebruik bij de doeldiersoorten: Bij honden in acute crisis met pulmonair oedeem, pleurale effusie en/of ascites, welke urgente behandeling vereisen, zou het gebruik van injecteerbare geneesmiddelen de voorkeur moeten krijgen alvorens een orale diuretische therapie op te starten. Nierfunctie, hydratatiestatus en serum elektrolyten moeten gecontroleerd worden: - bij aanvang van de behandeling - vanaf 24 uur tot 48 uur na aanvang van de behandeling - vanaf 24 uur tot 48 uur na aanpassing van de dosis - in geval van bijwerkingen. Gedurende de behandeling van het dier, dienen deze parameters op zeer regelmatige tijdstippen gecontroleerd te worden, in overeenstemming met de baten/risicobeoordeling door de behandelende dierenarts (zie rubrieken 'Contra-indicaties' en 'Bijwerkingen'). Torasemide dient met voorzichtigheid gebruikt te worden in geval van diabetes mellitus en bij honden welke voordien hoge dosissen voorgeschreven kregen van alternatieve lisdiuretica. Bij honden met reeds bestaande elektrolyten en/of water disbalans, dient dit gecorrigeerd te worden vóór een behandeling met torasemide. Behandeling met torasemide dient niet ingesteld te worden bij honden die reeds klinisch stabiel zijn met een alternatief diureticum voor behandeling van verschijnselen van congestief hartfalen, behalve wanneer dit gerechtvaardigd is na afwegen van het risico op destabilisatie van de klinische toestand en op bijwerkingen zoals weergegeven in rubriek 'Bijwerkingen'. Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door de persoon die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient: Personen met een bekende overgevoeligheid voor torasemide of andere sulfonamiden dienen bij toediening van het diergeneesmiddel grote voorzichtigheid in acht nemen. Dit diergeneesmiddel kan verhoogde urineproductie en/of gastro-intestinale stoornissen veroorzaken in geval van orale opname. Bewaar tabletten in de blisterverpakking tot het moment van gebruik en bewaar de blisters in de kartonnen buitenverpakking. In geval van accidentele ingestie, voornamelijk in geval van kinderen, dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd en de bijsluiter of het etiket te worden getoond. Dracht en lactatie: De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet bewezen tijdens dracht of lactatie bij honden. Het gebruik wordt niet aangeraden tijdens dracht, lactatie of bij fokdieren. Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie: Gelijktijdige toediening van lisdiuretica en niet-steroïdale anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAID's) kan leiden tot een verminderde natriuretische reactie. Gelijktijdig gebruik met diergeneesmiddelen die de elektrolytenbalans beïnvloeden (corticosteroïden, amfotericine B, cardiale glycosiden, andere diuretica) vereist een nauwgezette monitoring. Gelijktijdig gebruik van diergeneesmiddelen die het risico op nierbeschadiging of nierfalen verhogen, dient vermeden te worden. Gelijktijdig gebruik met aminoglycosiden of cefalosporinen kan het risico op nefrotoxiciteit en ototoxiciteit verhogen. Torasemide kan het risico op sulfonamiden-allergie verhogen. Torasemide kan de renale excretie van salicylaten verminderen, wat leidt tot een verhoogd risico op toxiciteit. Voorzichtigheid is geboden wanneer torasemide gelijktijdig wordt toegediend met andere sterk plasma�eiwit gebonden geneesmiddelen. Aangezien de eiwitbinding de renale excretie van torasemide bevordert, kan een verminderde binding door verdringing door een ander geneesmiddel een diuretische resistentie veroorzaken. Gelijktijdige toediening van torasemide met andere diergeneesmiddelen welke gemetaboliseerd worden door cytochroom P450 isovormen zoals 3A4 (o.a. enalapril, buprenorfine, doxycycline, cyclosporine) en 2E1 (isofluraan, sevofluraan, theofylline) kunnen hun klaring uit de systemische circulatie verminderen. Het effect van bloeddrukverlagende diergeneesmiddelen, voornamelijk angiotensine converterting enzym (ACE)-inhibitoren, kan toenemen bij gelijktijdige toediening met torasemide. Bij gebruik in combinatie met cardiale behandelingen (bijvoorbeeld ACE-inhibitoren, digoxine), kan het noodzakelijk zijn om het doseringsschema aan te passen afhankelijk van de reactie van het dier op de behandeling. Overdosering: Doseringen hoger dan 0,8 mg/kg/dag zijn niet geëvalueerd wat betreft veiligheid voor de doeldiersoort of in gecontroleerde klinische onderzoeken. Het is echter te verwachten dat overdoseringen het risico verhogen op dehydratatie, verstoring van de elektrolytenbalans, nierinsufficiëntie, anorexie, gewichtsverlies en cardiovasculaire collaps. De behandeling dient symptomatisch te zijn.
Voor de behandeling van klinische verschijnselen, inclusief oedeem en effusie, gerelateerd aan congestief hartfalen.
Per tablet:
Werkzaam bestanddeel:
Hulpstoffen:
Gelijktijdige toediening van lisdiuretica en niet-steroïdale anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAID's) kan leiden tot een verminderde natriuretische reactie. Gelijktijdig gebruik met diergeneesmiddelen die de elektrolytenbalans beïnvloeden (corticosteroïden, amfotericine B, cardiale glycosiden, andere diuretica) vereist een nauwgezette monitoring. Gelijktijdig gebruik van diergeneesmiddelen die het risico op nierbeschadiging of nierfalen verhogen, dient vermeden te worden. Gelijktijdig gebruik met aminoglycosiden of cefalosporinen kan het risico op nefrotoxiciteit en ototoxiciteit verhogen. Torasemide kan het risico op sulfonamiden-allergie verhogen. Torasemide kan de renale excretie van salicylaten verminderen, wat leidt tot een verhoogd risico op toxiciteit. Voorzichtigheid is geboden wanneer torasemide gelijktijdig wordt toegediend met andere sterk plasma-eiwit gebonden geneesmiddelen. Aangezien de eiwitbinding de renale excretie van torasemide bevordert, kan een verminderde binding door verdringing door een ander geneesmiddel een diuretische resistentie veroorzaken. Gelijktijdige toediening van torasemide met andere diergeneesmiddelen welke gemetaboliseerd worden door cytochroom P450 isovormen zoals 3A4 (o.a. enalapril, buprenorfine, doxycycline, cyclosporine) en 2E1 (isofluraan, sevofluraan, theofylline) kunnen hun klaring uit de systemische circulatie verminderen. Het effect van bloeddrukverlagende diergeneesmiddelen, voornamelijk angiotensine converterting enzym (ACE)-inhibitoren, kan toenemen bij gelijktijdige toediening met torasemide. Bij gebruik in combinatie met cardiale behandelingen (bijvoorbeeld ACE-inhibitoren, digoxine), kan het noodzakelijk zijn om het doseringsschema aan te passen afhankelijk van de reactie van het dier op de behandeling.
7. Bijwerkingen Hond: Zeer vaak (>1 dier/10 behandelde dieren): Verhoogde renale bloedwaarden, Nierinsufficiëntie, Hemoconcentratie, Polyurie, Polydipsie Zelden (1 tot 10 dieren/10.000 behandelde dieren): Zachte ontlastin2 Zeer zelden (<1 dier/10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde meldingen): Electrolytenstoornis1 (bv. hypokaliëmie, hypochloremie, hypomagnesiëmie) Dehydratie1 Stoornissen van het spijsverteringskanaal (bv. braken, constipatie, verminderde fecale output) Erytheem van de oorschelp3 1 In geval van langdurige behandeling 2 Voorbijgaand, mild en vereist geen stopzetting van de behandeling 3 Aan de binnenkant Het melden van bijwerkingen is belangrijk. Op deze manier kan de veiligheid van een diergeneesmiddel voortdurend worden bewaakt. Indien u bijwerkingen vaststelt, zelfs wanneer die niet in deze bijsluiter worden vermeld, of u vermoedt dat het geneesmiddel niet heeft gewerkt, neem dan in eerste instantie contact op met uw dierenarts. U kunt bijwerkingen ook melden aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen of de lokale vertegenwoordiger van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen met behulp van de contactgegevens aan het einde van deze bijsluiter of via uw nationale meldsysteem: {gegevens van het nationale systeem}.
Dracht en lactatie: De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet bewezen tijdens dracht of lactatie bij honden. Het gebruik wordt niet aangeraden tijdens dracht, lactatie of bij fokdieren.
Oraal gebruik.
De geadviseerde dosis van torasemide is 0,1 tot 0,6 mg/kg lichaamsgewicht, eenmaal daags. De meerderheid van de honden wordt gestabiliseerd bij een dosis torasemide kleiner dan of gelijk aan 0,3 mg/kg lichaamsgewicht, eenmaal daags. De dosering dient getitreerd te worden om het comfort van de patiënt te bewaren terwijl aandacht wordt besteed aan renale functie en elektrolytenbalans. Indien het niveau aan diurese een aanpassing vereist, kan de dosis verhoogd op verlaagd worden binnen het aangepaste doseringsschema met stappen van 0,1 mg/kg lichaamsgewicht. Wanneer de verschijnselen van congestief hartfalen onder controle zijn en de patiënt stabiel is en een langdurige diuretische therapie met dit diergeneesmiddel noodzakelijk is, dient dit met de laagst effectieve dosis te gebeuren. Regelmatige controles van de hond zullen de bepaling van een correcte dosis diuretica bevorderen. Het dagelijkse toedieningsschema kan zo getimed worden dat de periode van mictie geregeld wordt aan de hand van de noodzaak.
| CNK | 3240140 |
|---|---|
| Organisaties | Vetoquinol |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |